
Stop de maffiapraktijken met stichtingen op de Surinaamse grondmarkt!
De stichting als dekmantel: Hoe de Surinaamse koper vogelvrij wordt verklaard
In de Surinaamse rechtspraktijk zien we een zorgwekkende trend: stichtingen die zich voordoen als ideële entiteiten, maar in feite fungeren als commerciële projectontwikkelaars. Hoewel de wet stelt dat een stichting geen winstoogmerk mag hebben, worden zij op grote schaal ingezet voor de verkoop van percelen. In de praktijk blijkt dat de consument hierbij op geen enkele wijze wordt beschermd.
Het scenario is vaak hetzelfde: een stichting (vaak opgericht door buitenlandse investeerders) biedt percelen aan die nog niet op hun naam staan in het GLIS. Middels onderhandse akten en volmachten worden deze doorverkocht. Het grote gevaar schuilt in de financiële lasten die op deze gronden rusten. Veel van deze percelen zijn bezwaard met hypotheken of leningen die de stichting is aangegaan. De koper, die te goeder trouw zijn termijnen betaalt, weet vaak niet dat het perceel als onderpand dient voor schulden van de verkoper.
Wanneer de stichting haar verplichtingen aan de bank niet nakomt, is de koper het kind van de rekening. Executieveilingen en ontruimingen zijn het gevolg, waarbij de koper alles kwijtraakt. Zelfs de stap naar de groene tafel biedt weinig soelaas. In de praktijk zien we dat de rechterlijke macht vaak strikt kijkt naar het eigendomsrecht van de hypotheekhouder (de bank) of de contractuele bepalingen van de stichting, waardoor de koper juridisch buitenspel komt te staan. Het stoppen met betalen uit protest leidt vaak direct tot een vonnis voor ontruiming tegen de koper.
Het is tijd dat de overheid en de wetgever ingrijpen.
De huidige constructies ruiken naar witteboordencriminaliteit waarbij de wet ‘stichtingen’ misbruikt wordt voor pure winstmaximalisatie ten koste van de burger. Er is dringend behoefte aan wetgeving die de koper beschermt tegen malafide stichtingsconstructies en ontransparante vastgoedtransacties.
Onderzoekspunten (ter onderbouwing)
Om dit probleem juridisch hard te maken, zijn de volgende punten essentieel voor verder onderzoek:
1. Handhaving op het winstoogmerk:
In hoeverre controleert de overheid (bijv. via de Kamer van Koophandel en Fabrieken) of stichtingen die op grote schaal vastgoed verkopen, handelen in strijd met het verbod op het maken van winst (artikel 1 van de Wet op Stichtingen)?
2.Transparantie in het GLIS: Waarom wordt het toegestaan dat percelen worden verkocht die nog niet op naam van de verkoper staan? Is er een mogelijkheid voor een ‘kopersbescherming’ of aantekening in de openbare registers zodra een koopovereenkomst is getekend?
3.Informatieplicht Notariaat: Welke rol spelen notarissen bij het passeren van akten waarbij stichtingen betrokken zijn? Worden kopers voldoende gewaarschuwd voor de risico’s van onderhandse akten en bestaande hypotheeklasten op het moederperceel?
4.Rechtspraak en Consumentenbescherming:
Is er binnen de Surinaamse rechtspraak ruimte voor het principe van ‘economisch eigendom’ of ‘goede trouw’ voor de koper, of weegt het formele recht van de hypotheekhouder altijd zwaarder?
5.Toezicht op buitenlandse entiteiten:
Welke mechanismen zijn er om te voorkomen dat buitenlandse investeerders via stichtingen de Surinaamse grondmarkt ontregelen en bij financiële problemen de koper met de brokken laten zitten?
Het volk moet eisen dat de wetgever direct ingrijpt.
Er moet een verbod komen op het verkopen van percelen via stichtingen zonder dat de koper juridisch wordt ingedekt tegen bestaande schulden van de verkoper. Suriname mag geen vrijhaven zijn voor witteboordencriminaliteit waarbij de droom van een eigen huis verandert in een juridische nachtmerrie.
Sookram. D
Categorieën
Tags
—
LIVE vanuit Paramaribo, Suriname 2026
Advertentie

Advertentie

Meer nieuwsberichten







