
‘Nat Hout’ in de Overheid en een ‘Kunu Probleem’ in de Politiek: De Onverbloemde Analyse
Tijdens het programma Voor en na de verkiezingen kwam onderwijskundige en macro-econoom Robert Peneux niet met zachte woorden. Zijn analyse van Suriname was scherp, confronterend en vooral gericht op één punt: wij halen onze ontwikkelingsdoelen niet omdat deskundigheid te vaak heeft verloren van politieke loyaliteit.
Volgens Peneux wijzen we in Suriname graag naar ministers wanneer zaken mislopen. “A minister no e deugd”, wordt dan gezegd. Maar hij stelde de vraag anders: wat verwacht je van een minister als die op een ministerie zit met ‘nat hout’?
Met die beeldspraak bedoelde hij dat mensen op belangrijke posities soms onvoldoende voorbereid, onvoldoende deskundig of onvoldoende in staat zijn om beleid uit te voeren. Zijn conclusie was hard: politieke loyaliteit heeft jarenlang voorrang gekregen boven deskundigheid.
Volgens Peneux zit het probleem dieper.
Er is volgens hem sprake van een reflectieprobleem binnen de overheid, een identiteitscrisis, een leiderschapsprobleem en een gebrek aan eenheid. Politici willen volgens hem onvoldoende samenwerken om doelen te halen en beleid krijgt zelden opvolging.
In een cultureel geladen formulering noemde hij dit zelfs een “kunu-probleem” en gebruikte hij — figuurlijk — de uitdrukking dat men dit “met printa sibi uit politici zou moeten slaan” en dat politici “een wiri watra bad” nodig hebben.
Niet als letterlijke oproep, maar als beeldspraak om duidelijk te maken dat volgens hem diepgewortelde gewoonten en denkpatronen doorbroken moeten worden.
“We blijven opnieuw beginnen, maar bouwen te weinig verder.”
“Hoeveel rapporten zijn niet geschreven over onderwijs? We kletsen teveel in dit land. De uitvoering = 0.”
Voor Peneux is kritiek geen bedreiging maar een hulpmiddel. Daarom moeten kritische mensen juist worden meegenomen in beleid.
Volgens hem worden burgers bij verkiezingen telkens opnieuw grote veranderingen beloofd, terwijl de echte verandering vaak uitblijft. Daarnaast stelde hij dat economische belangen beleid soms subtiel kunnen tegenwerken.
Precies één jaar na de verkiezingen van 25 mei 2025 krijgt die kritiek een extra lading. Want één jaar later kijken veel Surinamers niet meer naar campagnebeloften, maar naar de vraag of er daadwerkelijk meer deskundigheid, meer uitvoering en minder politieke loyaliteit zichtbaar is geworden in het bestuur van het land.
Wan systema no man kenki tapu wan nyun pasi nanga a srefi owru politiek denki.
Misschien kwam zijn hele betoog uiteindelijk samen in twee zinnen:
“Als u een partijloyalist bent en u bent ‘nat hout’, heeft het land niets aan je.”
En:
“We hebben mensen op posten die niet eens een beleidsplan kunnen schrijven.”
Hard? Zeker.
Maar onder de scherpte zat één boodschap:
Suriname heeft volgens Peneux niet nog meer beloften nodig — Suriname heeft mensen nodig die kunnen uitvoeren.
De vraag is niet meer wie regeert, maar hoe er wordt geregeerd. Want als mensen zonder visie beleid moeten uitvoeren en kritiek buiten de deur blijft, verandert er na elke verkiezing alleen van gezichten — niet van resultaten.
Yu no man kibri monki na ini saka!
Uiteindelijk onthoudt de kiezer geen beloften, maar resultaten. En zolang deskundigheid plaats moet maken voor politieke trouw, blijft Suriname vechten tegen hetzelfde ‘kunu probleem’ — terwijl ‘nat hout’ nog steeds het vuur van ontwikkeling moet aansteken.
Dat is een strijd die geen enkel land kan winnen.
Joymar Belfor
Categorieën
Tags
—
LIVE vanuit Paramaribo, Suriname 2026
Advertentie

Advertentie

Meer nieuwsberichten







