
Het Nationaal Leger snakt naar een echte leider, niet naar een politiek instrument.
De aanstaande wisseling van de wacht binnen de legerleiding is meer dan een routineuze verschuiving; het is een bittere noodzaak. De harde kwalificatie dat het beleid van de vertrekkende bevelhebber, Werner Kioe A Sen, “rijp is voor de vuilnisbak”, is geen loze kreet. Het is de pijnlijke diagnose van een instituut dat onder zijn bewind de grip op zijn identiteit, moraal en integriteit volledig is kwijtgeraakt.
Wie de balans opmaakt, ziet een Nationaal Leger in verval. Terwijl de grondwet voorschrijft dat dit orgaan onze soevereiniteit moet beschermen, wordt het van binnenuit uitgehold door bittere armoede en corruptie. Het is een publiek geheim dat de discipline een dieptepunt heeft bereikt. Wanneer militairen — de mannen en vrouwen die ons moeten beschermen — zelf op het criminele pad belanden, kunnen we niet langer spreken van incidenten. Dit is het directe resultaat van leiderschap dat de voeling met de werkvloer volledig heeft verloren.
De kern van het falen ligt bij een scheve prioritering. Terwijl de manschappen krepeerden, leek de legerleiding meer energie te steken in het bestrijden van “nepberichten” op social media en het sussen van interne onrust. Dat is een tactische blunder van formaat. Je kunt geen trots verwachten van een militair in uniform als zijn gezin aan het eind van de maand letterlijk honger lijdt.
Daar komt de dodelijke zweem van politisering bij. Een leger hoort het onpartijdige anker van de rechtsstaat te zijn, ongeacht de politieke wind. De huidige perceptie dat de legerleiding een verlengstuk is geworden van de zittende macht, tast de legitimiteit van het gehele instituut aan. Een gepolitiseerd leger verliest onvermijdelijk zijn gezag bij het volk.
Met de komst van Mitchell Labadie krijgt het leger een kans op een noodzakelijke ‘reset’. Maar een nieuwe naam aan de top volstaat niet. Er is een radicale koerswijziging nodig waarbij de focus teruggaat naar de essentie: een menswaardig loon, het herstel van de militaire tucht en een waterdichte scheiding tussen de kazerne en de politiek.
Als de nieuwe bevelhebber niet de moed toont om deze puinhopen echt op te ruimen, blijft het beleid een hoofdstuk dat we inderdaad snel moeten vergeten. Suriname verdient een leger om trots op te zijn, niet een organisatie waar we voor moeten vrezen of die we niet langer serieus kunnen nemen.
Rodney Caïro
Categorieën
Tags
—
LIVE vanuit Paramaribo, Suriname 2026
Advertentie

Advertentie

Meer nieuwsberichten







